Ik had eens een droom. Ik liep op het strand. Een klein meisje huppelend aan mijn hand.
In onze kleurige bikini’s dansten we door het mulle zand.
Onze tenen voelden voorzichtig het koude water. Ik genoot van de warme zon,
het eindeloze geluid van de branding, maar vooral van jouw geschater.
Vandaag droom ik opnieuw. Ik neem je mee naar zee.
Doe je oogjes maar dicht, dan pak ik je hand en vliegen we er samen heen.
Het is een lange weg, over bos en heide, rivieren en drukke wegen.
Hoor je de schelle kreten van de meeuwen?
Ze roepen naar elkaar, terwijl ze sierlijk zweven.
Over de duinen vliegen we nu; grote heuvels met gras en dorre struiken.
Dan komen we uit op het brede en langgerekte strand;
een grote zandbak met heerlijk zacht zand.
Voel maar, de door de zon verwarmde korrels glijden zo door je hand.
We rusten uit van de lange vlucht.
Hoor, voel, proef je de eindeloze zee?
Recht voor ons, neemt hij ons in het ritme van zijn golfslag mee.
Piepkleine druppeltjes belanden via de wind op je huid.
Proef je het zout op je lippen? Voel je de wind in je haar?
Water zover je kunt zien en daarachter nog meer,
komt samen met de hemel, daar aan het einde van de zee.
Ik laat je los, hier ben je vrij.
En als het donker wordt, is daar van heel ver die knipoog voor mij.