vrijdag 15 augustus 2014

Dansen op het strand

Bram op het strand van Texel
(september 2013)
Vorige week was ik op het strand. Even heerlijk uitwaaien. Voor mij is dat echt een plek om helemaal mijn hoofd leeg te maken. Gewoon een heel eind lopen met mijn voeten in het water, het geluid van de branding in mijn oren en de blik op oneindig. Dit keer lukte het wat minder goed. Dat leegmaken van mijn hoofd. Het was net te mooi weer, te druk en ik struikelde bijna over de zandkastelen, kleine hummeltjes die zich waggelend een weg baanden richting zee, maar vooral vrolijk ronddansende kleutermeisjes in kleurige bikini’s.

Toen ik vijf jaar geleden zwanger was van Sofie, was één van mijn voorstellingen, dat ik mijn kindje mee zou nemen naar het strand. Samen op blote voeten, het zand voelen, voorzichtig onze tenen in de branding steken om te voelen of de zee koud is. Zandkastelen bouwen, emmertjes met water vullen om de grachten te vullen. Het is er nooit van gekomen. Sofie meenemen naar het strand was te complex geweest. Als we haar er een plezier mee hadden gedaan, waren we toch gegaan. Maar voor haar zou het vooral oncomfortabel zijn geweest.

Net als de Kleine Zeemeermin, die gevangen zat in haar vissenstaart, zat Sofie gevangen in haar lichaam. Het lied ‘Geef me vleugels’, komt zo dichtbij ons gevoel, zoals het leven volgens onze beleving voor haar geweest moet zijn. Deze woorden van het lied raken mij dan ook meer dan dubbel:

Ik voel me soms geen zeemeermin
maar wel gewoon een mensje 
een meisje met een vissenstaart 
met dood gewoon één wensje 
mijn leven, herbeginnen 
boven water op het land, 
lopen, springen in de duinen 
dansen op het strand

Als ik het lied voor de zoveelste keer gedraaid heb, kan ik opnieuw alleen maar hopen dat Sofie het nu goed heeft, waar ze ook mag zijn. Heel misschien danst ze wel ergens op het strand. Die gedachte maakt het gemis een klein beetje draaglijk.

donderdag 7 augustus 2014

Een goed gesprek

Toen Sofie overleed kon Bram nog niet praten. Hij begon net zijn eerste woordjes te zeggen. In de week van haar overlijden zei hij voor het eerst ‘papa’. Sofie was voor Bram natuurlijk altijd aanwezig, maar zijn echte interesse had ze niet. Wat wil je ook, als je 1½ bent en alles wat beweegt, knippert en muziek maakt interessant is. Dan heeft zo’n zusje, dat de hele dag maar een beetje stil ligt en niets terugdoet als je aan haar trekt of duwt, niet echt je aandacht. Sinds een tijdje kan Bram Sofie’s naam uitspreken. Die is natuurlijk ook wel erg lastig met een S en een F, dus dat heeft even geduurd. Maar verder dan haar herkennen op een foto en dat benoemen gaan de gesprekken over haar niet.

Sofie’s knuffels uit haar bedbox in de woonkamer staan nu allemaal samen in een mandje op haar slaapkamer. Behalve een zacht bruin slingeraapje, dat is met Bram mee naar boven gegaan en hoort nu bij zijn knuffelverzameling. Sofie had er ook nog één in het wit, die is op haar slaapkamer gebleven. Regelmatig gooit Bram het mandje met knuffels op Sofie’s kamer leeg en speelt met Elmo, de papegaai en de rest van de beren. Hij weet dat ze ‘van Sofie zijn’ en laat ze keurig netjes op haar kamer (op een enkele smokkelpoging daargelaten).

Gisterenavond toen ik Bram in bed wilde leggen zei hij: “Daar is aap weer”. En ineens ging er een lampje branden. “Sofie ook aap”.

“Ja”, zei ik, “dat heb je goed gezien. Jij hebt een bruine aap en Sofie een witte”.

Bram dacht toen even na en voor de allereerste keer waren er ineens verbanden en bewuste belangstelling:  “Sofie ook bedje?”

“Nee, boef. Op Sofie’s kamer staat geen bedje meer... maar boven bij de sterretjes staat vast ook een bedje voor haar. Zullen we Sofie ook welterusten zeggen?”

Samen zwaaien we naar ‘boven’ en roepen we “lekker slapen Sofie”.

Ik geef Bram een extra dikke knuffel en dan gaat hij lekker dromen “met de kindjes en de paardjes”.