![]() |
| Bram op het strand van Texel (september 2013) |
Toen ik vijf jaar geleden zwanger was van Sofie, was één van mijn voorstellingen, dat ik mijn kindje mee zou nemen naar het strand. Samen op blote voeten, het zand voelen, voorzichtig onze tenen in de branding steken om te voelen of de zee koud is. Zandkastelen bouwen, emmertjes met water vullen om de grachten te vullen. Het is er nooit van gekomen. Sofie meenemen naar het strand was te complex geweest. Als we haar er een plezier mee hadden gedaan, waren we toch gegaan. Maar voor haar zou het vooral oncomfortabel zijn geweest.
Net als de Kleine Zeemeermin, die gevangen zat in haar vissenstaart, zat Sofie gevangen in haar lichaam. Het lied ‘Geef me vleugels’, komt zo dichtbij ons gevoel, zoals het leven volgens onze beleving voor haar geweest moet zijn. Deze woorden van het lied raken mij dan ook meer dan dubbel:
Ik voel me soms geen zeemeermin
maar wel gewoon een mensje
een meisje met een vissenstaart
met dood gewoon één wensje
mijn leven, herbeginnen
boven water op het land,
lopen, springen in de duinen
dansen op het strand
Als ik het lied voor de zoveelste keer gedraaid heb, kan ik opnieuw alleen maar hopen dat Sofie het nu goed heeft, waar ze ook mag zijn. Heel misschien danst ze wel ergens op het strand. Die gedachte maakt het gemis een klein beetje draaglijk.

