Dat viel me toch wel zwaar. Want ondanks de enorm heftige periode waar we op dat moment in zaten, dacht ik mezelf redelijk onder controle te hebben. Ik stond iedere dag op, kleedde mezelf aan en zorgde, wat er gezorgd moest worden of regelde oppas voor Bram. Samen met Rob voerde ik hele intensieve en lastige gesprekken; met of zonder artsen, maatschappelijk werkster of thuiszorgmedewerkers. Mijn hoofd was redelijk helder en ik voelde goed aan wat voor mij wel of niet de juiste beslissingen waren. Het was vreselijk zwaar, maar ik vond, dat we ons er goed doorheen sloegen. Totdat ik begreep, dat de stress letterlijk via mijn hoofd een uitweg had gezocht. Toen had ik heel even het gevoel, dat ik de controle aan het verliezen was. En zoals ik tegen Sofie zei, terwijl ik over haar prachtige krullen streek: “wij meisjes willen ondanks alles, toch graag goed voor de dag komen.”
In de weken die volgden hadden we meer dan genoeg aan ons hoofd, dus werden de plekken nog wat groter. Na Sofie’s overlijden en de afscheidsdienst kwamen we wat tot rust en begon mijn haar langzaam weer aan te groeien. De eerste helft van het jaar was ik iedere ochtend met een spiegeltje en haarlak in de weer om de plekken zo goed mogelijk te verbergen. Al snel was dat niet meer nodig. Een tijdje piekten er nog wat stekeltjes eigenwijs bovenuit. Ook dat is al weer verleden tijd. De kapper heeft het aangegroeide haar al weer mee geknipt en mijn bos is weer net zo vol als altijd.
Toch is er iets veranderd. Dat ene aangegroeide plukje bovenop mijn hoofd is niet zo steil als de rest. Er zit een slag in en bij vochtig weer krult het zelfs op. Heb ik dan toch zo’n mooie lok van ons prinsesje geërfd?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Als je wilt reageren, selecteer je hieronder bij 'reageer als' de onderste uit het rijtje: 'anoniem'. Ik zou het leuk vinden als je dan wel je naam vermeldt in het berichtje.